Uitgangspunt voor het onderwijs- en toetsprogramma is de “normaal” functionerende AIOS. In de praktijk blijken de meeste AIOS de opleiding met goed gevolg te doorlopen.

In het geval van disfunctioneren of twijfel over het functioneren van de AIOS wordt hier tijdens de voortgangsgesprekken aan de hand van beoordelingsformulieren, KPB’s, zelfreflecties en eventuele commentaren van klinische begeleiders uitgebreid aandacht aan besteed. Zonodig worden extra voortgangsgesprekken met leden van de opleidingsgroep en/of de (plaatsvervangend) opleider ingepland. Wanneer hierop onvoldoende verbetering optreedt, wordt door de opleider een individueel coachings- en beoordelingstraject afgesproken: binnen een van tevoren afgesproken periode wordt de AIOS door een beperkt aantal leden van de opleidingsgroep begeleid. Aan welke competenties tijdens deze periode specifiek aandacht moet worden besteed is afhankelijk van de oorzaak van het twijfelachtig functioneren of disfunctioneren. Dit wordt van tevoren met de AIOS besproken en vastgelegd in het portfolio. Tijdens dit traject wordt de AIOS door verschillende beoordelaars op verschillende momenten formeel beoordeeld. Van alle voortgangs- en feedbackgesprekken wordt verslag gedaan in het digitaal portfolio en ook de beoordelingen worden in het portfolio vastgelegd. Op deze manier wordt een inzichtelijk dossier gerealiseerd. Indien het functioneren van de AIOS onvoldoende verbetert kan worden besloten om de opleiding te beëindigen.

Geïntensiveerd begeleidingstraject
Bij een geïntensiveerd begeleidingstraject moet worden afgesproken welke concrete leerdoelen binnen een bepaalde tijd moeten zijn behaald. De opleiding van de AIOS wordt beëindigd als de AIOS aan het einde van het traject niet aan de vooraf gestelde doelen kan voldoen. Er zal grondige documentatie van dit traject moeten plaatsvinden. In het kaderbesluit van het CGS wordt in artikel B.18 een verlenging van de opleiding met ten hoogste één jaar mogelijk gemaakt op voorwaarde dat deze – goed gemotiveerd, en dus gedocumenteerd – 3 maanden tevoren door de opleider bij de RGS is aangevraagd en door de RGS vervolgens is goedgekeurd.

Regelgeving RGS Geïntensiveerd begeleidingstraject
1. Tot een geïntensiveerd begeleidingstraject kan worden besloten naar aanleiding van: een voortgangsgesprek, een jaarlijkse geschiktheidsbeoordeling of een eindbeoordeling.
2. De opleider stelt de AIOS tijdens het gesprek, bedoeld in het eerste lid onder a., b., of c., van zijn besluit in kennis en legt dit besluit ten behoeve van de AIOS schriftelijk vast. De opleider wijst de AIOS daarbij op de geschillenprocedure.
3. De opleider brengt de RGS schriftelijk op de hoogte van zijn besluit. 4. Voor een geïntensiveerd begeleidingstraject wordt het individuele opleidingsplan bijgesteld. Het opleidingsplan vermeldt de doelen van en de voorwaarden waaronder een geïntensiveerd begeleidingstraject plaatsvindt, de termijn en de wijze waarop ontwikkeling van de AIOS zal worden beoordeeld.
5. Een geïntensiveerd begeleidingstraject duurt minimaal drie en maximaal zes maanden.
6. Er vindt één geïntensiveerd begeleidingstraject per opleiding plaats. Om bijzondere omstandigheden kan de opleider besluiten een tweede begeleidingstraject (niet aansluitend) te laten plaatsvinden.
7. Tijdens een geïntensiveerd begeleidingstraject vindt ten minste één voortgangsgesprek plaat.
8. Een geïntensiveerd begeleidingstraject wordt afgesloten met een geschiktheidsbeoordeling.
9. Een geïntensiveerd begeleidingstraject kan leiden tot een verlenging van de opleiding. Als de opleiding naar aanleiding van het geïntensiveerd begeleidingstraject wordt verlengd, ziet de opleider er op toe dat ten minste drie maanden voor het oorspronkelijk beoogde einde van de opleiding de AIOS en de RGS daarvan bericht ontvangt. Indien de opleiding in deeltijd wordt gevolgd, wordt de periode waarmee de opleiding wordt verlengd, naar rato aangepast.