Medisch Handelen

  1. neemt op gestructureerde wijze anamnese af
  2. voert op systematische wijze een hypothese gedreven lichamelijk onderzoek uit
  3. stelt op grond van een synthese van alle bevindingen een werkdiagnose, differentiële diagnose en probleemlijst op
  4. verzamelt gegevens van andere hulpverleners en familie waar nodig
  5. in staat een werkdiagnose aan te passen op grond van nieuw verkregen informatie en het werkplan bij te stellen
  6. in staat om belangrijke veranderingen in lichamelijk onderzoek tijdens het beloop van een opname op te sporen
  7. probeert zorgplan aan te passen aan de individuele kenmerken, noden, behoeften en prognose van de patiënt
  8. vraagt tijdig supervisie bij opstellen van diagnostiek- en behandelplan indien aangewezen
  9. in staat om op grond van gebruikelijke diagnostische testen (routine bloed- urine uitslagen, ECG, longfunctie, radiologie) klinische besluiten te baseren
  10. heeft kennis van de rationale en risico’s van veelvoorkomende onderzoeken
  11. in staat met minimale supervisie eenvoudige interne problemen op een systematische wijze te analyseren:

Anemie; oedeem; dyspneu; pijn op de borst; leverproefstoornissen; nierfunctiestoornissen; elektrolyt- en zuurbasestoornissen; buikpijn; obstipatie; diarree

  1. in staat tot risico-inschatting bij eenvoudige klinische problemen
  2. in staat met minimale supervisie routinematig eenvoudige aandoeningen op een verpleegeenheid te diagnosticeren en te behandelen:

DVT/Longembolie; pneumonie/pleuritis; pancreatitis; diverticulitis; UWI; cellulitis; infectieuze diarree

  1. in staat met minimale supervisie routinematig eenvoudige aandoeningen op de polikliniek te diagnosticeren en te behandelen:

Diabetes mellitus, Hypertensie, Cardiovasculair risicomanagement, Schildklieraandoeningen

  1. beheerst eenvoudige basisvaardigheden:

venapunctie, ascitespunctie, pleurapunctie, arteriepunctie, infuusbeleid, inbrengen maagsonde, inbrengen urinekatheter, non-invasieve bloeddrukmeting en saturatiemeting

  1. herkent situaties die spoed vereisen
  2. in staat tot eerste opvang van acute patiënten met

pijn op de borst; dyspneu, verwardheid, anafylaxie, sepsis, ritmestoornis, coma, collaps, shock, gastro-intestinale bloeding, bloedingscomplicaties bij anticoagulantia en plaatjesremmers

  1. in staat onder supervisie complexe klinische patiënten te begeleiden/behandelen
  2. beheerst principes van farmacotherapie en toont gestructureerd aandacht aan polyfarmacie
  3. vraagt tijdig consultatie door andere medische specialisten
  4. in staat een zinvolle consultvraag te formuleren

Communicatie

  1. is respectvol in interactie met patiënt, familie en zorgverleners
  2. staat open voor en reageert op noden en zorgen van patiënt, familie en zorgverleners met als doel veilige en effectieve zorg
  3. houdt rekening met de privacy en/of autonomie van de patiënt tijdens alle interacties
  4. betrekt patiënten in gemeenschappelijke besluitvorming in ongecompliceerde situaties
  5. kan een bondige hypothese-gedreven klinische presentatie houden
  6. in staat op bondige manier een patiënt te presenteren tijdens overdracht en besprekingen en verzekert zich dat boodschappen zijn overgekomen
  7. in staat andere zorgverleners te betrekken in het opstellen van een zorgplan tijdens een multidisciplinaire bespreking of visite
  8. in staat een slecht nieuwsgesprek te voeren
  9. in staat een gesprek over beslissingen aan het einde van het leven te voeren
  10. gestructureerde statusvoering met werkdiagnose en probleemlijst
  11. in staat tot tijdige, bondige berichtgeving naar andere zorgverleners

Maatschappelijk Handelen

  1. op de hoogte van principes van kwaliteitszorg en accepteert de hiervan afgeleide
  2. verantwoordelijkheden
  3. registreert incidenten en complicaties en toont betrokkenheid bij terugkoppeling
  4. accepteert eigen fouten en kan deze erkennen tegenover patiënten en supervisor en lering uit trekken
  5. handelt vanuit richtlijnen en procedures
  6. tracht onnodige diagnostiek en therapie te minimaliseren

Samenwerking

  1. Neemt adviezen van verpleging, supervisor resp. consulent(en) op in het eigen diagnostisch en therapeutisch handelen
  2. Onderhandelt op respectvolle wijze over medisch beleid, procedures en afspraken
  3. herkent belang van goede overdracht bij transitie van zorg
  4. draagt op juiste en volledige wijze zorg over naar toekomstige zorgverleners
  5. De AIOS is verantwoordelijk voor de patiënt waarvoor hij de zorg heeft aanvaard, tot het moment waarop hij zeker heeft gesteld dat de zorg voor de patiënt op correcte wijze met alle benodigde informatie is overgedragen aan een andere arts. Omgekeerd is de AIOS ook verantwoordelijk voor het verkrijgen van de noodzakelijke informatie indien hij een patiënt krijgt overgedragen van een collega-arts

Wetenschap

  1. kan een PICO formuleren, een Zoekstrategie opstellen en literatuurselectie toelichten
  2. kan met hulp klinische studies kritische beschouwen
  3. begrijpt de pathofysiologie en onderliggende basisvakken voor gebruikelijk voorkomende interne ziekten
  4. in staat toe te lichten waarom studiegegevens wel of niet naar de individuele patiënt kan worden geëxtrapoleerd
  5. in staat coassistenten te begeleiden en te onderwijzen

Organisatie

  1. handelt patiëntenzorgtaken en administratie tijdig af conform lokaal vigerende afspraken
  2. kan de toegewezen taken in redelijkheid uitvoeren binnen de wettelijk toegestane arbeidsduur
  3. toont aandacht voor een goede balans tussen privé, opleiding en andere werkzaamheden (bijvoorbeeld wetenschap)
  4. volgt de verplichte opleidingsactiviteiten
  5. kent de gang van zaken en procedures op verpleegeenheid en eerste hulpafdeling
  6. weet onderscheid te maken tussen wat nu moet gebeuren en wat tot later bijvoorbeeld na de dienst kan wachten
  7. Is doelgericht bij bezoeken van verpleegeenheid en afleggen van visite

Reflectie

  1. handelt altijd naar beste weten en kunnen
  2. staat open voor feedback
  3. pleegt met hulp ‘reflection on action’
  4. staat open voor ongevraagd advies
  5. draagt professionele verantwoordelijkheden zonder vragen en noodzaak om hieraan herinnerd te worden
  6. houdt zich aan ethische principes, gedragscodes en formele afspraken
  7. integer en transparant in klinische interacties, verslaglegging, onderzoek
  8. herkent eigen lacunes in kennis en weet deze via bij- en nascholing bij te stellen
  9. toont actieve inzet bij opleidingsactiviteiten
  10. kent de grenzen van de eigen competenties en vraagt tijdig hulp
  11. maakt problemen in de organisatie van zorg bespreekbaar
  12. in staat eigen taken af te bakenen van andere medische disciplines en paramedici